Een kind met autisme heeft vaak baat bij structuur en duidelijkheid. Dat geldt thuis, maar net zo goed op school. Ouders en leerkrachten lopen daarbij tegen dezelfde vraag aan: hoe bied je houvast zonder het kind in een keurslijf te duwen? Er bestaat geen pasklaar antwoord. Ieder kind met autisme is namelijk anders, en wat bij de één werkt, kan bij de ander averechts uitpakken. Toch zijn er praktische inzichten die in veel gezinnen en klassen verschil maken.

Debby van der Zande schreef over deze zoektocht het boek ‘Ik wens iedereen een Duuk’. Het gaat over haar zoon Duuk, die opgroeit met een autismespectrumstoornis (ASS). Haar verhaal laat zien dat ondersteuning geen kwestie is van één trucje. Het vraagt om voortdurend zoeken naar wat werkt voor dit specifieke kind, op deze specifieke dag.

Structuur en voorspelbaarheid thuis

Veeg kinderen met autisme voelen zich veiliger wanneer de dag een herkenbaar ritme volgt. Vaste tijden voor eten, huiswerk en slapen geven grip op een wereld die anders al snel overprikkelend aanvoelt. Een visueel dagschema, met pictogrammen of een simpele lijst, maakt verwachtingen bovendien helder. Onverwachte veranderingen kunnen namelijk grote onrust veroorzaken, ook als ze voor de omgeving klein lijken.

Daarom is het slim om veranderingen tijdig aan te kondigen. Een uitstapje werkt het best wanneer een kind zich er van tevoren op kan voorbereiden. Datzelfde geldt voor een bezoek of een andere afwijkende afspraak. Ouders die dit consequent toepassen, merken vaak dat driftbuien en stress afnemen. Het kost aanvankelijk meer moeite, maar levert op de lange termijn rust op voor het hele gezin.

Wat een kind met autisme nodig heeft op school

Op school speelt een vergelijkbare dynamiek, maar dan op grotere schaal. Een klas is een omgeving vol prikkels: geluid, drukte en wisselende opdrachten komen samen met sociale interactie. Voor een kind met autisme kan dit overweldigend zijn. Dat is niet altijd direct zichtbaar aan de buitenkant. Een rustige plek in de klas maakt al verschil. Duidelijke opdrachten en een leerkracht die de specifieke behoeften kent, helpen minstens zo veel.

Goede afstemming tussen school en ouders is daarbij onmisbaar. Wat thuis werkt, kan met kleine aanpassingen ook op school ingezet worden. Denk aan een time-timer voor overzicht in de tijd. Denk ook aan een vaste plek in de rij, of aan extra tijd om van de ene naar de andere activiteit over te schakelen. Leerkrachten die deze signalen leren herkennen, voorkomen escalaties voordat ze ontstaan. Zo blijft de klas een veilige plek, niet alleen voor het kind zelf maar voor de hele groep.

Balans tussen begeleiding en zelfstandigheid

Ondersteuning bieden betekent niet dat ouders en leerkrachten alles moeten overnemen. Een kind met autisme groeit juist door successen te ervaren binnen een omgeving die passend is uitgedaagd. Te veel hulp kan het vertrouwen in eigen kunnen onbedoeld ondermijnen. Te weinig steun leidt daarentegen tot overbelasting. Het vinden van die balans vraagt om voortdurend observeren en bijstellen, keer op keer.

Communicatie speelt hierin een sleutelrol. Vraag het kind, waar mogelijk, zelf wat helpt en wat niet. Sommige kinderen kunnen dit goed verwoorden. Anderen laten het vooral zien in hun gedrag, via terugtrekken of juist onrust. Ouders die zowel thuis als in overleg met school alert blijven op deze signalen, sturen tijdig bij. Zo ontstaat een aanpak die meebeweegt met het kind, in plaats van vast te houden aan één vaste methode.

Herkenning door een persoonlijk verhaal

Veel ouders van een kind met autisme ervaren opluchting wanneer ze het verhaal van een ander gezin lezen. Debby van der Zande beschrijft in haar boek openhartig de uitdagingen van het gezin. Ze deelt echter ook de mooie momenten die het opvoeden van Duuk met zich meebrengt. Op de pagina boek over autisme lees je meer over de achtergrond van dit persoonlijke verhaal.

Het boek biedt geen kant-en-klare handleiding. Het biedt wel iets waardevols: herkenning. Ouders en leerkrachten die worstelen met vragen over ondersteuning, structuur en balans, vinden er troost in dat andere gezinnen dezelfde weg bewandelen. Bovendien laat het boek zien dat kleine stappen, volgehouden over jaren, echt verschil maken.

Herken jij je in dit verhaal, of wil je meer leren over het samenleven met een kind met autisme? Bestel dan ‘Ik wens iedereen een Duuk’ en lees hoe Debby en haar zoon deze balans elke dag opnieuw zoeken.